Hoe kun je onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen vormgeven op jouw basisschool?

Wanneer ik in gesprek ben met ouders van (hoog)begaafde leerlingen, stel ik altijd de vraag hoe hun kind op school geholpen wordt. Ik krijg vaak diverse antwoorden. Van helemaal niets, tot het lezen van een boek/strips wanneer hun kind eerder klaar is, gekopieerde blaadjes met extra sommen (meer van hetzelfde werk), naar een compact en verrijkend aanbod. In de meeste gevallen wordt door school gesproken van differentiëren op niveau. Of en hoe er gedifferentieerd wordt kan zelfs op eenzelfde school nogal eens verschillen. Het hangt in veel gevallen af van de manier waarop er door de leerkracht aan vormgegeven wordt. Schoolbrede afspraken ontbreken vaak. Resultaat; de leerling moet ieder jaar eerst weer opnieuw ‘bewijzen’ dat het klaar is voor een compact en verrijkend aanbod. 

Tijd om het gemaakte werk te evalueren heb ik eigenlijk niet!

In gesprek met een leerkracht zonder tijd

Een paar weken geleden had ik een gesprek met een leerkracht en de intern begeleider van een basisschool in Utrecht. Het ging over Lennart. Lennart kreeg verrijkend werk, maar na enige tijd bleek hij zijn werk niet meer (serieus) te maken. Ik vroeg de leerkracht hoe zij het verrijkend werk met hem evalueerde. ‘Daar heb ik eigenlijk geen tijd voor’, zei ze. ‘Ik kijk even naar het werk en zet er wel een krul bij, dan weet hij dat ik het gezien heb.’ 

Behoeftes van pientere meiden en jongens

Ik ging in gesprek met Lennart. Een pienter ventje, met (nog) een enorme leerhonger. Maar, zoals hij zelf zei: ‘Waarom doe ik het eigenlijk nog?’ ‘De juf kijkt het toch niet na, ze zet alleen een krul!’ Lennart heeft behoefte aan het bespreken van zijn werk met de juf. Hij wil weten wat hij goed gedaan heeft, en vooral wat hij een volgende keer (nog) beter (anders) kan aanpakken. Hij wil in gesprek over wat hij gemaakt heeft en heeft een enorme behoefte aan sturing tijdens het proces. 

Uitdagende lesstof voor hoogbegaafde leerlingen 

Maar waarom is het dan zo belangrijk dat kinderen als Lennart aangepaste uitdagende lesstof aangeboden krijgen?

Voor kinderen als Lennart is de gewone lesstof vaak te eenvoudig. Dat zorgt ervoor dat zij nooit echt leren doorzetten als het moeilijk wordt (want dat is het voor hen ook niet). Ook leren zij niet om hulp te vragen, leren zij geen fouten te maken en hoeven zij nooit echt na te denken over de opdracht; ze begrijpen deze immers vaak direct. (Hoog)begaafde leerlingen hebben dus een aangepast uitdagende lesstof nodig om deze vaardigheden wel te ontwikkelen. Leren ze dit niet (goed) aan in het primair onderwijs, dan zullen we de gevolgen daarvan terugzien in het voortgezet onderwijs en verder. Als leerkracht op de basisschool kan jij dus al het verschil maken voor hun verdere toekomst!

Compacte lesstof bovenop gewoon schoolwerk

Waarom is het zo belangrijk dat kinderen als Lennart een compacte lesstof aangeboden krijgen?

Bovenop je gewone schoolwerk extra werk krijgen is een dooddoener voor de motivatie van veel leerlingen. ‘Waarom moet ik extra werk maken, terwijl ik al mijn andere werk al zo goed werk maak?’ En begrijpelijk dat leerlingen deze vraag stellen. Het is dan ook de kunst van het compacten die ervoor zorgt dat het werk niet als extra, maar als normaal wordt gezien. 

Beheers je een onderdeel al? Goed, dan compacten we dat en gaan we in de tijd die overblijft verrijken. Maar bovenal is het compacten belangrijk omdat leerlingen als Lennart weinig instructie nodig hebben en het instructiemoment dus (drastisch) ingekort kan worden. Onderzoek laat zien dat zelfs 50 tot 70% van de lesstof geschrapt kan worden (Sousa, 2009). Daarbij komt dat zij minder herhalingsoefeningen nodig hebben om een bepaald onderdeel onder de knie te krijgen. Als je gaat schrappen komt er dus automatisch meer vrije ruimte om te verrijken. 

Eisen stellen aan het verrijkend werk voor slimme kinderen

‘Wanneer je geen eisen stelt aan de kwaliteit van het verrijkende aanbod, gaan deze leerlingen in de hangmat liggen (Kieboom, 2014). Zolang het te vrijblijvend is, hoeven ze het niet te doen. Ook kan je bijna met zekerheid zeggen dat zij (met name de leerlingen met een vaste mindset) de uitdaging uit de weg zullen gaan. Zij gaan het liefst de moeilijkere oefeningen uit de weg omdat voor hen het risico op de loer ligt om te falen en dit gevoel is voor hen vaak onverdraaglijk. 

Deze kinderen koppelen hun intelligentie en prestaties vaak aan hun identiteit. Als je dan faalt, wie ben je dan nog? Falen doet dan afbreuk aan hun ‘zijn’. En dat willen ze dus kost wat kost voorkomen. En we willen juist dat ook deze leerlingen zich leren in te spannen voor een taak, dat zij leren vol te houden, ook bij tegenslag en dat gebeurt niet wanneer de aangeboden verrijkende stof niet verplicht is. Uiteraard mogen zij, evenals andere leerlingen, ook zeker eens wat tekenen, een (strip)boek lezen of een spelletje doen, maar pas wanneer zij hun verrijkende werk, die vrijkwam door het compacten van de basis lesstof, hebben afgemaakt. 

Ook intelligente leerlingen hebben behoefte aan goede begeleiding

‘Hij is toch zo slim, die komt er vanzelf wel!’ is een uitspraak die ik onlangs nog hoorde. Deels begrijpelijk dat de leerkracht dit zei, maar zeker niet helemaal waar. Evenals andere leerlingen uit de klas, hebben had ook deze leerling behoefte aan het krijgen van de juiste begeleiding. Ook zij weet immers niet altijd meteen hoe iets moet. Ook hebben zij baat bij een goede uitleg van bijvoorbeeld de rekenstrategieën. Hoewel ze vaak sneller door de aangeboden stof heen gaan, is het een misverstand te denken dat zij als een bron vol kennis en vaardigheden geboren zijn. Ook zij moeten het leren! Het is voor jou als leerkracht dus erg belangrijk tijd vrij te maken voor het begeleiden van deze leerlingen. Neem de tijd voor het beantwoorden van hun vragen en geef hen uitleg zodat ze daarna zelfstandig verder kunnen met de stof. 

Het belang van evalueren

Het kan uiteraard een keer voorkomen dat je niet toekomt aan het bespreken van het gemaakte verrijkingswerk. Deel dat met de leerling. Geef aan waarom het je (nog) niet gelukt is om te evalueren en maak desgewenst een afspraak dit op een later tijdstip te doen. Echter, besef je wanneer je structureel geen tijd vrijmaakt voor het evalueren van het gemaakte werk en dan met name het proces, dat het kind zou kunnen denken dat jij als leerkracht geen waarde hecht aan het gemaakte werk. Het zal hierdoor geen moeite meer willen doen en afhaken, met alle gevolgen van dien. Maak dus tijd vrij voor een goede evaluatie en bespreek wat er goed gegaan is en waar ruimte zit voor verbetering. Dan zal de leerling zich uitgedaagd en begrepen voelen, waardoor het (nog) harder zal gaan werken.