Met dit rapport geloof ik nooit dat jij volgend jaar examen kan doen

Met dit rapport geloof ik nooit dat jij volgend jaar examen kan doen

Mam, ik heb eigenlijk best wel weer zin om naar school te gaan

De vakantie zit er bijna op voor mijn zoon (16 jaar), als we samen aan de keukentafel zitten te ontbijten en hij uit het niets zegt: ’Mam, ik heb eigenlijk best wel weer zin om naar school te gaan’. Kijk, dat zijn de geluiden waar ik als moeder en onderwijsprofessional blij van word. Mijn puber die zegt zin te hebben in school. Dat zijn de geluiden die ik het liefst in wil lijsten en op wil hangen.

Puber life events

Ik reageer uiteraard positief en met een glimlach op mijn gezicht. ’Vertel eens, wat maakt dat je er weer zin in hebt?’ Waarop hij met een serieus gezicht zegt, dat hij het nu echt graag goed wil doen op school. Hij is zich ervan bewust dat zijn rapport nu bepaald niet iets is om in te lijsten. Nieuwsgierig vraag ik hem wat er nu anders is ten opzichte van de periode van voor de vakantie. Hij legt uit dat hij er niet bij was met zijn hoofd en afgeleid was door allerlei puber-life-events. Oftewel puberzaken waar we ons allemaal doorheen hebben moeten worstelen.

Gewoon blijven doen wat je normaal doet mam. En verder moet ik het echt gewoon zelf doen

Bemoedigend vraag ik hem of ik nog iets voor hem kan betekenen om hem te ondersteunen bij dit mooie voornemen. ’Gewoon blijven doen wat je normaal doet mam. En verder moet ik het echt gewoon zelf doen’. Hij zegt ervan overtuigd te zijn dat hij het ook dit jaar weer gaat redden. Waarmee hij bedoelt dat hij overgaat. Zijn huiswerk goed bijhouden en tijdig beginnen met leren zijn voornemens die hij met de nodige stelligheid uitspreekt. Ik weet als moeder, als hij dit zegt en op deze manier, dan gaat hij er ook echt voor. Zo blijkt toch weer ieder schooljaar.

Dik onvoldoende

Het is de tweede schooldag na de vakantie. Zoals elke dag vraag ik hem hoe het was op school, om hem in een ruk door te vragen of hij al wat cijfers heeft teruggekregen van de toetsweek van voor de vakantie. Ja, hij had er al een paar terug. Waaronder een 5,5 voor Geschiedenis. Zijn geschiedenisdocent, tevens zijn mentor, geeft hem tijdens het teruggeven van de toetsen terloops de boodschap mee, dat hij zich niet ontwikkelt en maar blijft hangen in die 5,5. Om daar nog aan toe te voegen dat zij niet gelooft dat hij zijn VWO-examen, volgend schooljaar, kan maken met zo’n rapport.

Ik val even stil en kijk mijn zoon verwachtingsvol aan, omdat ik niet kan geloven dat dit het enige is wat ze hem mee wil geven. Ik herpak mezelf en zeg dat ze hem vast een realiteitscheck wilde geven. Met zo’n rapport kan hij ook geen examen doen, maar ja het duurt dan ook nog wel even voordat het zover is. Hoopvol vraag ik of ze niet nog meer heeft gezegd of gevraagd. ’Niks…’. ’Niks?’ Vroeg ik hem met stijgende verbazing en teleurstelling. ’Hoe heb je daarop gereageerd?’, vraag ik. ’Ik heb niks gezegd, wat valt er te zeggen als zij zoiets zegt mam? Ik heb er niets over gezegd tegen haar, want dat heeft toch geen zin’.

Een schat aan informatie misgelopen

Voordat ik daarover iets kon zeggen gaf hij aan dat hij eigenlijk best tevreden is met zijn 5,5. Hij begon uit te leggen dat hij de reproductievragen slecht heeft gemaakt, omdat hij het niet geleerd had. Puberzaken, weet je nog? Optimistisch als hij is, vertelt hij met een tevreden gezicht dat hij wel als een van de weinigen van zijn klas de volle punten heeft gekregen voor de inzichtvragen. ’Ik ontwikkel mij dus prima mam, want daar ging ik eerder altijd nat op. Tja en die reproductievragen had ik gewoon beter moeten leren. Ik zat gewoon de hele tijd met mijn hoofd ergens anders’. Ik kan alleen maar denken, wat een schat aan informatie is deze docent misgelopen.

Gemiste kans

Als moeder word ik hier droevig van en als trainer zie ik vooral ook een gemiste kans. De intentie is goed, niets liever wil zijn docent dat mijn zoon volgend jaar slaagt. Aan haar lessen ligt het ook niet, die zitten heel goed in elkaar, zo vertelt mijn zoon. Hij weet wat hem te doen staat en dat weten de meeste pubers ook wel op het VO. Ga het dan ook gewoon doen! Horen leerlingen op school vaak gezegd worden. Een dooddoener als je het hen vraagt. Wat bij hen het ene oor in gaat en bij het andere weer uit… Het is en blijft een enorme zoektocht hoe je als docent bij pubers de (autonome) motivatie kan versterken wanneer puberzaken bij hen voorrang krijgen. Daarbij lijkt het motiveren van jongens al helemaal een vak apart.

Werkelijk gezien worden

Het voeren van Waarderende Leerlinggesprekken met pubers in het VO kan uitkomst bieden. Niet alleen als je denkt dat ze je al bijna ontglipt zijn. Zo weet ik inmiddels uit ervaring als moeder van twee puberzonen en als trainer van LUX: Licht op Onderwijs. Waarderende leerlinggesprekken versterken de relatie met je leerlingen aanzienlijk en de voorwaarden voor hen om te willen leren. Het gaat in de kern om werkelijk gezien worden tijdens deze leerlinggesprekken en in de dagelijkse omgang tussen docenten en leerlingen. 

Waarderende leerlinggesprekken

Waarderende leerlinggesprekken zijn gesprekken die je als docent voert om samen de persoonlijke relevantie te vinden voor datgene waar zij als leerlingen voor warm lopen. Dus het begint met de vraag waar ze trots op zijn, waar ze blij van worden, waar vinden ze dat ze goed in zijn en waarin vinden ze dat ze nog wel wat beterkunnen worden? Wat willen ze het liefst bereiken met school, na school? Welke relevante persoonlijke doelen stellen zij zichzelf? Wie en wat hebben ze nodig om dit te bereiken? Wat ga je morgen anders doen om dichter bij je doel te komen?  

Dit zijn voorbeelden van vragen die jou als docent kunnen helpen om je leerlingen nog beter te leren kennen in wie zij zijn en hoe ze aankijken tegen hun eigen leerontwikkeling. Op een manier waarop zij zich echt gezien voelen. Als docent luister je aandachtig en vraag je door op wat zij je vertellen. Doorvragen op datgene wat leerlingen vertellen, maakt dat je nog beter naar hen gaat luisteren. Niet oordelen of willen bijsturen. Alleen heel goed luisteren en de belangrijkste dingen opschrijven wat ze zeggen. 

Vraag aan hen of je datgene wat ze je net vertelde, mag opschrijven. Dat doe je om hen het gevoel van eigenaarschap te laten ervaren, zij zijn eigenaar over wat jij van hen moet weten over wat voor leerling zij zijn of willen worden. Bovendien geef je ze ook het gevoel dat het ertoe doet wat zij te vertellen hebben. Natuurlijk kun je open-vragen stellen over schoolzaken waar jij nieuwsgierig naar bent. Let er alleen wel op, dat je geen suggestieve vragen stelt. Stel open-vragen vanuit oprechte nieuwsgierigheid, vanuit het echt willen weten. 

Breng eventueel focus aan als je leerling met hagel schiet. Kom er samen achter wat zijn prioriteiten zijn en laat hem een of twee onderwerpen kiezen waaruit zijn doelen voortkomen en waaraan hij als eerste WIL werken. Maak afspraken en spreek een nieuw moment af waarop jullie elkaar weer zien om de voortgang te bespreken. Bedank je leerling voor dit gesprek en de openheid die hij heeft willen geven over hoe hij tegen zijn schoolwerk aankijkt. Vertel hem ook, dat dit gesprek jou heeft geholpen om hem beter te begrijpen en dat dit maakt dat je hem nog beter kunt begeleiden.

Leerlingesprekken inplannen

Ik hoor je al terecht afvragen, wanneer moet ik dat doen? De momenten voor de leerlinggesprekken kun je bijvoorbeeld tijdens je mentoruur inplannen. Je kunt maximaal 2 a 3 leerlingen per uur aanhouden. Afhankelijk van de hoeveel beschikbare (mentor)uren die je hebt in de week, zo lang duurt het voordat je met alle leerlingen een eerste Waarderende leerlinggesprek hebt gevoerd. Een waardevol eerste gesprek waarin je samenbouwt aan relatie, motivatie en welbevinden die twee kanten op werkt. De vervolggesprekken kun je gemakkelijk klassikaal inplannen tijdens mentoruur. Waarbij je ook eens kunt kiezen om (bijvoorbeeld) leerlingen aan elkaar te koppelen om uit te laten wisselen en jij sluit aan bij verschillende groepjes. 

Hoe had de docent van mijn zoon nu het moment van het uitdelen van de cijfers kunnen aangrijpen als kans om hem nog eens zijn keuze te laten overdenken om die toets niet te leren? Maar ook zelf inzicht te krijgen in hoe dit cijfer bij hem tot stand is gekomen? Door hele simpele vragen aan hem te stellen als: Vertel eens, wat zit er nu precies in deze 5,5? Ben je er tevreden mee? Leg eens uit? Wat zou je met de wijsheid van nu anders hebben gedaan? Om na beantwoording van jouw vragen af te sluiten met de woorden: Je kunt goed verwoorden hoe je cijfer tot stand is gekomen en je weet ook precies wat je te doen hebt om het cijfer te verbeteren. Ik hoor graag als ik je ergens bij kan helpen. Zet ’m op! Als ik jou zo hoor gaat het je vast lukken! 

Simpele vragen, waardevollen antwoorden

Deze simpele vragen en de waardevolle antwoorden die leerlingen geven dragen bij aan een positieve relatie met je leerlingen. Wat weer kan bijdragen aan hun motivatie voor school. Ik ben ervan overtuigd dat veel pubers een flinke middelbare schoolperiode nog steeds voor jou, voor hun ouders en daarna pas voor hunzelf het goed willen doen. 

Uiteindelijk willen pubers net als iedereen gezien worden in wie zij zijn en serieus genomen worden in de keuzes die ze maken of die nu verstandig zijn of niet. Laat het hen ontdekken wat werkt en wat niet. Laat ze fouten maken. Terwijl zij dat voor zichzelf aan het ontdekken zijn, rapen wij ze iedere keer weer gewoon op. Waarmee we ze laten voelen dat we nog steeds vertrouwen en hoge verwachtingen van ze hebben. Wie gaat daar nu niet van groeien?

’Zonder relatie geen prestatie’ (Cauffman & Van Dijk)

Jolijt Voerman is moeder van twee puberzonen, lerares en trainer/coach bij LUX: Licht op Onderwijs.

Meer weten over hoe je Waarderende Leerling Gesprekken voert? LUX bied hiervoor een aantal trainingen waaronder Samen met leerlingen aan de slag met hun persoonlijk leerplan.